Borstvoeding 2019-07-12T16:55:37+01:00

Borstvoeding

Waarom borstvoeding?

Hoewel de mondmotoriek aanvankelijk sterk beïnvloed wordt door reflexactiviteit is het vanaf het begin belangrijk, dat het kind leert inspelen op wisselende omstandigheden. Eén van de belangrijkste kenmerken van normale motoriek is immers het kunnen variëren. Bij het geven van borstvoeding wordt maximaal tegemoet gekomen aan de behoefte van een kind om dit te leren.

De volgende punten zijn daarbij belangrijk:
De vorm van de borst en tepel veranderen gedurende de voeding en gedurende de periode waarin borstvoeding gegeven wordt voortdurend. Aan het begin van de voeding is de borst “vol” en de tepel daardoor wat korter. Hoe meer er gedronken wordt hoe zachter de borst wordt en daardoor verandert de tepel ook van vorm. Bij flesvoeding verandert de speen niet gedurende de voeding en vraagt steeds een zelfde manier van zuigen.
De snelheid waarmee de melk stroomt is anders aan het begin van de voeding dan aan het eind. Dit vraagt om een andere manier van zuigen met een andere kracht, een ander ritme en aanpassing van de ademhaling aan het zuigen en slikken.
De smaak van de melk is wisselend, afhankelijk van het moment van de voeding en van wat de moeder eet. Op deze manier leert het kind wennen aan andere smaken en wordt er een voorzichtig begin gemaakt met de ontwikkeling van de smaak.

Twijfelt u of u deskundige hulp nodig heeft bij de borstvoeding?

Met name voor kinderen, die problemen hebben met de ontwikkeling van de mondmotoriek en de gevoeligheid in het mondgebied (kinderen met Downsyndroom, te vroeg of dysmatuur geboren kinderen, kinderen met anatomische of neurologische afwijkingen) zijn bovenstaande punten van belang voor een optimale ontwikkeling van het mondgebied. Bij deze kinderen is deskundige begeleiding bij het geven van borstvoeding van des te groot belang om ze een goede start te geven in de ontwikkeling. Ook kinderen met een normale ontwikkeling kunnen problemen ervaren met het drinken aan de borst. Problemen die kunnen voorkomen zijn bijv. koemelk-eiwit allergie, reflux of een te kort tongriempje. Behandeling bij Lidwine, preverbaal logopedist en tevens borstvoedingsdeskundige, kan dan uitkomst bieden!

 

Wat doet de preverbaal logopedist?

In eerste instantie vindt een intakegesprek met de ouders plaats, waarin de voorgeschiedenis en de vraagstelling wordt besproken. Door observatie van de borstvoeding en een onderzoek naar de bouw, de gevoeligheid, de motoriek en de reflexen in en rond de mond wordt gekeken welke problemen zich voordoen. Aan de hand van de resultaten vindt een adviesgesprek met de ouders plaats en wordt het behandelplan opgesteld.

Bij de begeleiding van de borstvoeding krijgen ouders hulp en advies met betrekking tot de voedingshouding, het aanleggen, het management rondom de borstvoeding en indien nodig de manier van bijvoeden. Tijdens de behandeling wordt de voedinginname gevolgd aan de hand van de gewichtstoename en een vochtbalans. Bij een vermoeden van een koemelk-eiwit intollerantie kan het nodig zijn dat de moeder een koemelk-eitwit vrij dieet gaat volgen.