Eten en drinken

Logopedie_bij_ons_eten_en_drinken.jpg

Wat zijn eet- en drinkproblemen?

Eten en drinken is een complex proces waarbij tal van spieren betrokken zijn. Eet- en drinkproblemen komen voor bij pasgeboren baby’s (zie preverbale logopedie), maar ook bij oudere kinderen. De oorzaken en gevolgen kunnen heel verschillend zijn. Slikproblemen kunnen bijvoorbeeld ontstaan door spierzwakte, open gehemelte, neurologische problemen of spanning. Als gevolg daarvan kan het kind zich regelmatig verslikken of een onvoldoende kauwfunctie ontwikkelen. 

Als er sprake is van een waarnemingsprobleem in de mond, waardoor het gevoel in de mond anders is dan normaal, kan dit problemen geven. Als het eten of drinken in de mond niet goed gevoeld wordt, kunnen er verslikincidenten ontstaan. Bij te hoge waarneming worden andere dingen in de mond dan bijvoorbeeld een speen of vinger als naar of bedreigend ervaren, waardoor het leren eten en drinken kan stagneren.  

Door een zwakke spierspanning kunnen de spieren van de tong, lippen en kaken onvoldoende functioneren. Dit kan problemen geven met het kauwen en/of verplaatsen van het voedsel in de mond.

Borstvoeding lukt soms niet als er sprake is van een open gehemelte of schisis is. Flesvoeding is meestal alleen mogelijk met behulp van een speciale speen, zoals de Special Need Feeder (SNF).

Als er sprake is van hersenletsel of neurologische problemen, kunnen er problemen zijn met de aansturing van de spieren, de spierspanning en/of een veranderde waarneming in het mondgebied.

Wanneer orale voeding niet lukt, bijvoorbeeld na een ernstige ziekte, bij een vroeggeboorte of bij eerder genoemde problematiek, krijgt een kind sondevoeding. Er wordt dan een neus-maagsonde of PEG-sonde geplaatst. In samenwerking met de logopedist, diëtist en/of kinderarts van het ziekenhuis wordt gewerkt aan het opbouwen van de orale voeding met als einddoel het verwijderen van de sonde.

Wat doet de logopedist?

Allereerst vindt er intakegesprek plaats met de ouders, waarin de voorgeschiedenis en de hulpvraag wordt besproken. Daarna wordt de anatomie en de werking van de spieren in het mondgebied onderzocht en wordt het eten en drinken geobserveerd. Indien nodig wordt er ook gekeken naar de sensorische informatieverwerking (SI). Op die manier kan Lidwine de oorzaak van de problemen achterhalen en vaststellen in welke fase van het slikken de problemen zich voordoen.

Tijdens de behandeling wordt er samen met de ouders gekeken naar de mogelijkheden om het eten en drinken te verbeteren en de de eet- en/ of drinksituatie prettiger te laten verlopen. Een goede samenwerking met alle personen die bij het kind betrokken zijn, is heel belangrijk (ouders, fysiotherapeut of diëtist).